De INSA Methode

ACTUEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK ALS BASIS VOOR PRAKTIJKGERICHT INSTRUMENTARIUM

Non-verbale communicatie is een breed begrip.

Het gaat om zaken als houding, gebaren, gezichtsuitdrukkingen, spreektempo, ademhaling, stemgebruik, oogcontact.

De optelsom van deze elementen bepaalt voor het grootste deel de boodschap voor de ontvanger van de communicatie. In sommige situaties zelfs meer dan 90%.

Het levert dus veel op om die non-verbale boodschap te kunnen lezen.

ONBEWUSTE EN BETROUWBARE INFORMATIE

Van sommige onderdelen van non-verbale communicatie zijn mensen zich (deels) bewust. U kunt zich realiseren wat voor houding u aanneemt (zitten, staan, achterover zitten, armen op tafel e.d.) en of u de ander aankijkt of niet. Maar als de interactiesituatie spannender of intensiever wordt, lukt dat al veel minder.

Onderzoek toont aan dat de talrijke, snelle en subtiele microbewegingen in het gezicht echter nagenoeg geheel onbewust zijn. Onbewust betekent ook niet beïnvloedbaar en dat maakt die microbewegingen zo interessant. Want deze zijn een betrouwbare bron van informatie.

BASIS VAN DE INSA-METHODE

De INSA-methode is ontstaan vanuit de onderhandelingspraktijk en door actuele wetenschappelijke literatuur, zowel binnen de psychologie als binnen de neuropsychologie.

De focus van de INSA-methode ligt in de repeterende microbewegingen in het gezicht van ieder mens (vaak wel meer dan 100x per 10 minuten).

Wij volgen de actuele opvattingen van wetenschappers als Frijda, Fridlund en Russell: het gezicht heeft vooral een functie in de interactie. Met de microbewegingen in ons gezicht communiceren wij wat wij neigen te gaan doen in de interactie van dat moment. Dat gebeurt vooral onbewust. De ander registreert en interpreteert die neiging in algemene zin. Ook onbewust.

EIGEN ONDERZOEK

Om de methode te toetsen doet INSA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam wetenschappelijk onderzoek naar die repeterende microbewegingen in het gezicht. Dit onderzoek is vernieuwend en tot op vandaag uniek. In de achterliggende 60 jaar is het (internationale) wetenschappelijk onderzoek naar microbewegingen in het gezicht bijna alleen gericht geweest op de vraag in welke mate die wel of niet iets zeggen over de (gevoelde) emoties van de persoon.

INSA is de eerste die met een heel andere invalshoek die microbewegingen heeft onderzocht. Het laat zien dat elk individu een kenmerkend en zich steeds herhalend repertoire van microbewegingen heeft, ongeacht de situatie.

Wij noemen dit het Persoonlijk Non-verbaal Repertoire (PNR). Uit het onderzoek blijkt verder dat dit PNR zicht kan geven op persoonlijkheidskenmerken.

NEUROPSYCHOLOGIE

Vanuit de neuropsychologie is een relatie tussen microbewegingen in het gezicht en (deels onbewust) automatisch gedrag van een individu aannemelijk.

De amygdala in het brein is belangrijk voor ons reflexmatige gedrag. Daar liggen “leerervaringen” opgeslagen inzake risico en spanning. Die leerervaringen bepalen in hoge mate of en hoe wij als individu risico of spanning waarnemen (percepties) en er op reageren, ook in ons gezicht. Dat is per individu verschillend.

Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat diezelfde amygdala direct betrokken is bij het interpreteren van en reageren op de visuele informatie van menselijke gezichten. Wij denken daarom dat er een relatie is tussen het PNR van de persoon en de reflexen, in reactie op het gezicht van een ander.

ONDERZOEK EN ONTWIKKELING: PERMANENTE AANDACHT

Bij INSA doen wij voortdurend onderzoek naar de samenhang tussen het Persoonlijk Non-verbaal Repertoire en gedragsstrategieën.

Wij voeren constant videoanalyses uit en toetsen onze uitkomsten in de praktijk van interactiesituaties. Ons onderzoek is, in combinatie met de behoeften van onze klanten, de bron voor de ontwikkeling van onze producten en diensten.

Zo maken wij een interessant concept ook praktisch bruikbaar.